Algemene voorwaarden: blijf altijd scherp

In Cobouw van 24 mei 2018 leverde zij een bijdrage met als titel: ‘algemene voorwaarden: een vloek of een zegen?’ Die vraag is weer actueel nu het Hof Arnhem heel recent het overeenkomen van algemene voorwaarden er niet eenvoudiger op heeft gemaakt.

Iedereen in de bouw kent het wel. In de offerte van een onderaannemer worden algemene voorwaarden van toepassing verklaard. Dit is de eerste verwijzing naar algemene voorwaarden. De aannemer wil echter dat zijn algemene voorwaarden van toepassing zijn. De aannemer kan echter niet volstaan met het enkel van toepassing verklaren van zijn eigen algemene voorwaarden. Hij zal, omdat hij de tweede verwijzer is, de algemene voorwaarden van de onderaannemer uitdrukkelijk van de hand moeten wijzen. Juristen noemen dit de ‘battle of forms’.

Maar hoe moeten algemene voorwaarden dan van de hand gewezen worden? In de zaak die bij het Hof Arnhem terecht kwam was het volgende aan de hand. Een onderaannemer voor sloopwerkzaamheden verklaarde in zijn offerte zijn eigen algemene voorwaarden van toepassing en zond die ook daadwerkelijk toe. In de daaropvolgende opdrachtbevestiging van de aannemer (de opdrachtgever van de onderaannemer) stond de navolgende zin:

Op deze overeenkomst zijn onze onderaannemingsvoorwaarden d.d. 1 januari 2000 van toepassing. Indien deze niet in uw bezit zijn dan vernemen wij dit graag van u en zullen wij u die alsnog doen toekomen. Betalings- en leveringsvoorwaarden van onderaannemers, leveranciers, fabrikanten, e.d. zijn niet van toepassing.

Vervolgens moest het Hof oordelen over de vraag of de aannemer met deze zin de voorwaarden van de onderaannemer (de eerste verwijzer) voldoende uitdrukkelijk van de hand had gewezen. Nee, vond het Hof, toch enigszins verrassend. Daarmee waren dus de algemene voorwaarden van de onderaannemer van toepassing op de overeenkomst.

Het Hof hechtte er bij haar oordeel waarde aan dat de onderaannemer zijn voorwaarden wel toegezonden had en de aannemer niet. Het Hof kwam tot de conclusie dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van de onderaannemer met voornoemde volzin van de aannemer zowel op zichzelf als in combinatie met de daarbij opgenomen verwijzing naar haar onderaannemingsvoorwaarden, zonder deze voor of bij de totstandkoming van de overeenkomst aan de onderaannemer te verstrekken, niet een uitdrukkelijke afwijzing van de algemene voorwaarden van de onderaannemer inhoudt.

Nog los van het feit dat het Hof naar onze mening ten onrechte waarde hecht aan het ter hand stellen van de algemene voorwaarden bij het leerstuk van de battle of forms, maakt dit arrest het overeenkomen van (de juiste) algemene voorwaarden niet eenvoudiger. Kijkend naar de tekst die door de aannemer is gebruikt, is dit een in de praktijk regelmatig gebruikte tekst om algemene voorwaarden van de hand te wijzen. Die lijkt dus niet voldoende.

Lees het volledige artikel op cobouw.nl

2018-10-09T21:41:48+00:00 9 oktober 2018|Nieuws|